Wie redt ons van de piraten?

25-7-2016- Positieve wetenschappelijke ontwikkelingen rond kruidengeneesmiddelen vormen de hoofdmoot 

in dit tijdschrift. In het algemeen is er dan sprake van harmonische samenwerking tussen wetenschappers, clinici, patiënten en bedrijven. Gelukkig krijgen kruidengeneesmiddelen en -producten langzaam maar zeker ook in Nederland in de medische wereld een gewaardeerde plaats.

Helaas zit er ook een keerzijde aan de groeiende populariteit van kruidengeneesmiddelen. De ene na de andere hype komt op (nonisap, aloëgel, CBD-olie, zuurzakproducten, Herbalife) en trekt piraten en cowboys aan. Hiermee bedoel ik mensen afkomstig uit andere sectoren die, voorzien van de bekende Hollandse VOC-mentaliteit, een kansje zien om snel en gemakkelijk rijk te worden. Gevoed door slecht begrepen en geciteerde wetenschappelijke publicaties en ongehinderd door kennis of opleiding op dit gebied, gaan deze lieden aan de gang met producten waarvan de kwaliteit onduidelijk is en de werkzaamheid navenant twijfelachtig. Een enthousiast leger van thuisgebruikers, facebook-likers en twitteraars doet de rest.

Vaak had ik klagers aan de NVF-telefoon: ‘Hun CBD-olie is gemaakt van afval van diervoeder.’ Of: ‘Hun liposomen zijn niet anders dan het extract gemengd met groene zeep.’ En: ‘Hun vitaminepillen bevatten verboden concentraties coffeïne.’ Meestal gevolgd door de hulpkreet: ‘Doen jullie daar dan niets aan?’
Mijn eerste wedervraag was dan altijd: ‘Bent u al NVF-lid?’ Vaak niet, zo blijkt. Maar toch wordt van de NVF verwacht dat ze hier regulerend optreedt. Wie betaalt daar dan voor? Niet de consument, want die merkt de verschillen niet op. Niet de producent, want die ziet dan alleen maar zijn product duurder worden in vergelijking tot de concurrent.

Wat kunnen we dan, nu al, wel doen?

1. De consument erin opvoeden dat een kruidenproduct veel méér is dan alleen een plantnaam. Men moet altijd ook kijken naar gebruikte plantendelen, eventuele variëteiten, extractiemethodes, sterkte (normering/standaardisatie), dosering. En dus niet zomaar een onderzoek waar dezelfde plantnaam bijstaat als bewijs accepteren voor preparaten die niet transparant zijn over hoe ze zijn bereid en getest. De publiekswebsite www.infofyto.nl is hiervoor erg belangrijk: laten we die dan ook promoten en met ons allen in de lucht houden.

2. Een stevig netwerk van experts en practici bij elkaar houden en elkaar waarschuwen voor ‘rommelproducten’ en piraten op zee. Hiervoor kan het ‘alleen voor leden’ gedeelte van de NVF website www.fyto.nl worden gebruikt. Er moet daar dan wel een discussieforum voor worden opgezet.

3. Onafhankelijke, gespecialiseerde wetenschappers (en hun laboratoria) zoveel mogelijk steunen. De NVF zou hiervoor een business to business-pagina kunnen opzetten op haar website. Er zijn in onze vereniging veel experts aanwezig!

Het zou mooi zijn als iemand een project gesubsidieerd kreeg om kwaliteitstesten uit te voeren op alle kruidenproducten die niet als geneesmiddel geregistreerd zijn. Maar zolang dat niet het geval is en het beschikbare subsidiegeld vooral stroomt naar instellingen die abslotuut geen verstand van kruiden hebben, moeten we roeien met de riemen die er zijn. En dan maar hopen dat we de sector, ondanks de piraten, heelhuids naar de veilige haven van op kwaliteit gebaseerde effectiviteit kunnen loodsen.

Gepubliceerd in Ned Tijds Fytoth  jg 29 nr 3, pag. 25, zie http://www.fyto.nl.